suède

/syˈwɛːdə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fijn leer dat wordt gebruikt wordt voor laarzen, handtassen en kleding
    In de modeshow worden grove materialen zoals leer, suède, vilt, corduroy en tweed gebruikt.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fijn leer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1921

Vertalingen

Engelssuede