sudderen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (absol) (voeding) (kookkunst) zachtjes pruttelend koken of gaar wordenlaat de runderlapjes maar lekker een paar uur sudderen op een driepits oliestel tot ze uit elkaar vallen
- (ov) iets zachtjes pruttelend doen garenDeze lapjes worden een paar uur gesuddered tot zij gaar zijn.
Etymologie
* In de betekenis van ‘pruttelend koken’ voor het eerst aangetroffen in 1897
Vertalingen
Spaanshervir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek