Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

suikerzak

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein zakje waarin genoeg suiker zit voor één kopje koffie of thee
    Uit de hotels waar hij overnachtte nam hij suikerzakjes mee, die hij aan haar vader gaf.
    Een klant stevent naar een tafeltje in de hoek en bestelt een cappuccino. „Graag met twee suikerzakjes.” De koffie met tulband smaakt naar meer. Sierlijk ingepakte tulbanden liggen alvast klaar voor thuis.
  2. baal waarin men suiker in grotere hoeveelheden vervoert
    Het schip Chong Chon Gang werd in juli gecontroleerd bij het binnenvaren van het Panamakanaal. De vracht bleek te bestaan uit zwaar wapentuig uit Cuba, dat was verstopt onder een vracht suikerzakken.