suil

Wat is de betekenis van suil?

suil betekent: eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suilen

Betekenis

werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suilen
  2. gebiedende wijs van suilen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van suilen

Voorbeelden van "suil" in een zin

  • Ik suil.
  • Suil!
  • Suil je?