supporter

mannelijk (de)/sʏˈpɔrtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sport (sport) iemand die een bepaalde club of speler steunt
    De supporters raakten weer eens slaags.
    Ze was dan ook allang blij dat ze niet met mij mee hoefde op mijn verre reizen, maar was wel vanaf het begin mijn grootste supporter.
    Donderdag namen in het stadion al de eerste supporters plaats, van karton. Naar een idee van de supportersvereniging kunnen fans van Borussia voor 19 euro een kartonnen fan kopen met daarop een levensgrote foto van zichzelf.

Etymologie

*van het Engels, afgeleid van support

Vertalingen

Engelsfan
Franssupporter
DuitsFan, Fussballfan
Spaanshincha, fan
Italiaanstifoso