taak

mannelijk/vrouwelijk (de)/taːk/

Wat is de betekenis van taak?

taak betekent: een te verrichten werk

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een te verrichten werk

Voorbeelden van "taak" in een zin

  • Liesbeth List (1941) zingt Pastorale nog steeds. Noodgedwongen met andere zangers dan Ramses Shaffy. Die hebben de onmogelijke taak om de op 1 december 2009 overleden zanger te doen vergeten. De stem van Shaffy lijkt in Pastorale op die van God zelf. Een zonnegod dan. Zijn woorden verheffen zich boven het aardse en dwingen zijn frêle tegenspeelster het gezicht naar de hemel te richten. {{Aut|Spits, Frits
  • `Het is onze taak; zegt de man, terwijl hij op zijn hurken zit, en Sam kan zich niet aan de indruk onttrekken dat je zo voor een hond gaat zitten als je hem wilt ontluizen, 'om de veiligheid van de burgers te garanderen. {{Aut|Grunberg, Arnon
  • Iedereen had duidelijke taken, ik moest altijd afwassen.

Betekenis en uitleg van taak

Een taak is een specifieke opdracht of verantwoordelijkheid die iemand moet vervullen. Het kan variëren van eenvoudige dagelijkse klusjes tot complexe projecten die aandacht en organisatie vereisen.

Het woord 'taak' wordt vaak gebruikt in de context van werk of studie, maar ook in het dagelijks leven wanneer je bijvoorbeeld een huishoudelijke verplichting hebt. Taak kan ook impliceren dat er een bepaalde verwachting of deadline aan verbonden is. Het is belangrijk om te beseffen dat taken soms eenvoudig kunnen zijn, maar ook stressvol of uitdagend kunnen aanvoelen, afhankelijk van de context.

Voorbeelden

  • Haar taak was om de presentatie voor het team voor te bereiden.
  • De leraar gaf de studenten de taak om een boekverslag te schrijven.
  • Tijdens de vergadering werden de taken verdeeld onder de teamleden.

Woordoorsprong

Het woord 'taak' komt van het Middelnederlandse 'tac', wat een soort verplichting of werk betekent. Het is verwant aan het Duitse 'Aufgabe', dat ook een soort opdracht aanduidt.

Veelgestelde vragen over taak

Wat is de betekenis van taak?

taak betekent: een te verrichten werk

Welk woordgeslacht heeft taak?

taak is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van taak?

Synoniemen van taak zijn: opdracht, plicht.

Hoe gebruik je taak in een zin?

Voorbeeld: “Liesbeth List (1941) zingt Pastorale nog steeds. Noodgedwongen met andere zangers dan Ramses Shaffy. Die hebben de onmogelijke taak om de op 1 december 2009 overleden zanger te doen vergeten. De stem van Shaffy lijkt in Pastorale op die van God zelf. Een zonnegod dan. Zijn woorden verheffen zich boven het aardse en dwingen zijn frêle tegenspeelster het gezicht naar de hemel te richten. {{Aut|Spits, Frits

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opdracht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573

Vertalingen

Engelstask, job
Franstâche, devoir
DuitsAufgabe, Auftrag
Spaanstarea, faena
Italiaanscompito
Poolszadanie
Zweedsuppgift
Deensopgave