taakstraf
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtakstrɑf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een door de rechter opgelegde straf waarbij de veroordeelde een bepaald aantal uren verplicht en zonder betaald te worden moet werkenHet kabinet Balkenende IV wilde tegengaan dat taakstraffen worden opgelegd bij zwaardere misdrijven.' Maar ik wil geen strafblad,' piept Karim. 'Dan kan ik mijn carrière als prof wel vergeten.' 'Luister nou, Karim!' roept Morris uit. 'Ik weet hoe die dingen werken. Op onze leeftijd krijg je helemaal geen strafblad. Erger dan een boete of een taakstraf kan het nooit worden. En jullie hoeven helemaal nergens bang voor te zijn.' {{Aut|Dam, Arend
Vertalingen
Engelscommunity service
Franstravaux d'intérêt général
Duitsgemeinnützige Arbeit als Ersatzstrafe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek