taalfilosoof

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die de wijsbegeerte van de taal beoefent
    Wetenschappers in de literatuur. Werden we eerder dit jaar al verrast door een biografische roman van David Leavitt over de briljante wiskundige Ramanujan, nu ligt er zowaar een nog betere voor over een briljante taalfilosoof.