taalnorm
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- algemeen aanvaarde richtlijn over hoe men de taal zou moeten gebruikenVan Sterkenburg windt zich op over de vrijblijvendheid die in het onderwijs hoogtij viert. „Wat we in het onderwijs veel te veel tegenkomen, is onverschilligheid en gebrek aan waardering voor alles wat met verzorgd taalgebruik te maken heeft.” Voor een deel zijn de media daarvoor verantwoordelijk: „Zij spelen een grote rol in de ogen van de mensen bij het uitdragen van de taalnorm. En die omroepen zijn vaak heel grof, zoals het NIPO in opdracht van de Bond tegen het vloeken heeft laten zien.”
- , (taalkunde) eis met betrekking tot het noodzakelijke taalniveauDe taalnorm in de toets sluit aan bij de nieuwe exameneisen die vanaf schooljaar 2013-2014 aan mbo’ers worden gesteld. Die norm is hoger dan de norm die nu wordt gehanteerd. In november komt er een nieuwe toets; daarna verschijnt een volledige rapportage over het taalniveau van onderwijsassistenten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek