taalrubriek
mannelijk/vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van taalrubriek?
taalrubriek betekent: een vast onderdeel in een krant of tijdschrift waarin men taalkwesties behandelt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een vast onderdeel in een krant of tijdschrift waarin men taalkwesties behandelt
Voorbeelden van "taalrubriek" in een zin
- Bij het Jesse-bashen, noteert Ton den Boom in zijn taalrubriek in Trouw, vielen nogal wat woorden uit het zelfde woordveld: 'gedraai', 'zwalkend optreden', 'onverwachte wending', 'draai', 'gezwabber'. Klaver werd, kortom, wispelturig gevonden. En: 'Wie wispelturig heet te zijn, is niet geschikt als bedrijfspoedel van Rutte.'
- Voor de binnenlandse markt verzorgt zij een taalrubriek in nrc.next, en haar verzamelde overpeinzingen zijn nu gebundeld in Taal is zeg maar echt mijn ding.
Veelgestelde vragen over taalrubriek
Wat is de betekenis van taalrubriek?
taalrubriek betekent: een vast onderdeel in een krant of tijdschrift waarin men taalkwesties behandelt
Welk woordgeslacht heeft taalrubriek?
taalrubriek is een mannelijk/vrouwelijk (de).
Hoe gebruik je taalrubriek in een zin?
Voorbeeld: “Bij het Jesse-bashen, noteert Ton den Boom in zijn taalrubriek in Trouw, vielen nogal wat woorden uit het zelfde woordveld: 'gedraai', 'zwalkend optreden', 'onverwachte wending', 'draai', 'gezwabber'. Klaver werd, kortom, wispelturig gevonden. En: 'Wie wispelturig heet te zijn, is niet geschikt als bedrijfspoedel van Rutte.'”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek