taalverschil

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet dezelfde taal beheersen
    Door het taalverschil was het lastig communiceren met de terreurverdachte. De directie van de gevangenis wist dat er een risico was dat al-Bakr zichzelf van het leven wilde beroven. Maar na gesprekken met psychologen luidde de conclusie dat er bij hem geen sprake was van een ,,acuut gevaar op zelfmoord."
  2. het gebruiken van een andere taal
    Hoe verhouden de landen zich op wetenschappelijk niveau tot elkaar? Beide landen hebben in de loop der jaren aardig wat Nobelprijzen bij elkaar geharkt – al helemaal voor twee kleine landen, maar het gaat natuurlijk vandaag om keiharde cijfers. We kregen in 1978 immers de wereldtitel ook niet omdat we het zo goed deden voor zo’n klein land. Bij deze vergelijking spelen taalverschillen geen rol. De stand: wij hebben bijna tweemaal zo veel Nobelprijzen als de Belgen. Zeventien voor ons tegen negen voor onze Vlaamse en Waalse zuiderburen. Nederland-België: 5-0.