taboeïsering

vrouwelijk (de)/tabuwiˈzerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderwerp onbespreekbaar maken
    In veel kerkelijke gemeenten leven vragen over de verhouding tot de staat Israël. Poorthuis vreest voor een taboeïsering in de kerken. „Het spook van het antisemitisme mag niet maken dat we geen kritiek meer kunnen leveren op de politiek van de staat Israël.

Etymologie

* van taboeïseren