tafelloper
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een smalle lap stof (ongeveer 40-50 centimeter) die ter decoratie in combinatie met een tafelkleed gebruikt wordtEen gordijn van harige wol, zijde, katoen, glazen kralen en stukken organza, een tafelloper met meegebreide balletjesketting, of een spiraalvormige bontshawl.De kerstballen zijn de winkel nog niet uit of je struikelt alweer over de olijke paashazen, de in vrolijke lentekleuren uitgevoerde tafellopers en servetten en natuurlijk de paaseitjes zelf.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek