takkewijf

onzijdig (het)/ˈtɑkəˌwɛif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onaangename vrouw die vaak ruzie zoekt
    De vader, die sterk doet denken aan de sukkelige pa van Bart Simpson, mag er ook zijn. De passage waarin de man, die zich uit pure bangigheid alleen in nota-taal uitdrukt, bekend maakt dat hij een nieuwe vriendin heeft gevonden, is dodelijk. Het blijkt te gaan om z'n secretaresse - “God nee, niet dat takkewijf,” reageert Len - die volgens vader vele kwaliteiten heeft. “Dan heb ik het natuurlijk niet alleen over haar kwaliteiten als secretaresse en als zodanig mijn rechterhand, maar ook over haar hoedanigheid als klankbord op velerlei levensterreinen.” NRC Gertjan van Schoonhoven 24 september 1993

Etymologie

*(intensiverende) , in de betekenis van ‘zeer vervelende vrouw’ aangetroffen vanaf 1984

Vertalingen

Engelsshrew