taks
mannelijk (de)/tɑks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bepaald hondenras gefokt voor de jacht op dassen
zelfstandig naamwoord
- bepaalde hoeveelheid
- belasting, heffing
Etymologie
*[B] Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vastgestelde hoeveelheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1389
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek