tamheid

vrouwelijk (de)

Wat is de betekenis van tamheid?

tamheid betekent: het helemaal getemd zijn; het helemaal ongevaarlijk zijn

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het helemaal getemd zijn; het helemaal ongevaarlijk zijn
  2. van een wild dier dat zo gefokt of getraint is dat het niet meer gevaarlijk is voor mensen

Voorbeelden van "tamheid" in een zin

  • „De heer Tichelaar heeft de premier welgeteld nul keer geïnterrumpeerd”, schamperde VVD-leider Rutte. En hij was er niet te bescheiden voor meteen een verklaring te leveren voor de tamheid van de PvdA-fractievoorzitter. Reformatorisch Dagblad 20-06-2007 [https://www.rd.nl/opinie/commentaar/dualisme-1.1245854 Dualisme]
  • Ten eerste zijn nertsen net zo gedomesticeerd als onze honden en koeien. Het kenmerk van domesticatie is dat er zich verschillende kleurslagen vormen. Dit komt doordat het gen van kleurslagen en het gen van de mate van ”tamheid” (lees domesticatie) op hetzelfde stukje DNA liggen. Je kunt dus zeggen dat hoe tammer dieren zijn, hoe bonter de vacht is. Reformatorisch Dagblad 31-12-2012 [https://www.rd.nl/opinie/argumentatie-cu-tegen-nertsenfok-deugt-niet-1.276881 Argumentatie CU tegen nertsenfok deugt niet]

Betekenis en uitleg van tamheid

Tamheid verwijst naar de toestand van een dier dat niet wild of vrij is, maar eerder gedomesticeerd of volgzaam. Het kan ook gebruikt worden om een persoon te beschrijven die kalm en vredig is, zonder agressieve of opstandige neigingen.

Het woord wordt vaak gebruikt in de context van dieren, zoals tamme huisdieren die gewend zijn aan mensen en hun omgeving. Daarnaast kan tamheid ook metaforisch worden toegepast op mensen of situaties, waarbij het duidt op een gebrek aan opstandigheid of een serene houding. Het heeft een neutrale tot positieve connotatie, afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt.

Voorbeelden

  • De tamheid van de hond maakte het gemakkelijk om hem mee te nemen naar het park.
  • In een wereld vol chaos is haar tamheid een verademing voor iedereen om haar heen.
  • De tamheid van de konijnen in de tuin laat zien hoe goed ze zich hebben aangepast aan hun omgeving.

Woordoorsprong

Het woord 'tamheid' is afgeleid van 'tam', dat zijn oorsprong heeft in het Oudnederlands en verwant is aan het Duitse 'zahm', wat ook 'tam' betekent.

Veelgestelde vragen over tamheid

Wat is de betekenis van tamheid?

tamheid betekent: het helemaal getemd zijn; het helemaal ongevaarlijk zijn

Hoeveel betekenissen heeft tamheid?

tamheid heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft tamheid?

tamheid is een vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van tamheid?

Synoniemen van tamheid zijn: makheid, gedweeheid, gehoorzaamheid, domesticatie.

Hoe gebruik je tamheid in een zin?

Voorbeeld: “„De heer Tichelaar heeft de premier welgeteld nul keer geïnterrumpeerd”, schamperde VVD-leider Rutte. En hij was er niet te bescheiden voor meteen een verklaring te leveren voor de tamheid van de PvdA-fractievoorzitter. Reformatorisch Dagblad 20-06-2007 [https://www.rd.nl/opinie/commentaar/dualisme-1.1245854 Dualisme]

Etymologie

* afleiding van tam

Vertalingen

Engelstameness, quietness