gehoorzaamheid

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de bevelen van het bevoegd gezag opvolgen
    De brave jongen kreeg een beloning voor zijn gehoorzaamheid op school.
  2. handelen in overeenstemming met het goddelijk gezag
    Hem gehoorzaam zijn was het hoogste gebod van de priester.

Etymologie

*afleiding van gehoorzaam