eigenwijs
ˌɛiɣə(n)ˈwɛis
Wat is de betekenis van eigenwijs?
eigenwijs betekent: overtuigd zijn van het eigen gelijk
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- overtuigd zijn van het eigen gelijk
Voorbeelden van "eigenwijs" in een zin
- De eigenwijze oude man wilde niet naar de adviezen van de welwillende verpleegster luisteren.
- "Liesbeth is een bescheiden, dankbare vrouw", vertelt Boeijen. "Een heel erg prettig iemand om mee samen te werken. Lekker eigenwijs, dat hoort ook."
Etymologie
via Middelnederlands eyghenwijs van Middelnederduits eigenwis, op te vatten als samenstelling van eigen bn en wijs zn , in de betekenis van ‘ontoegankelijk voor raad’ aangetroffen vanaf 1466
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek