eigenaar
mannelijk (de)/ˈɛiɣəˌnar/
Wat is de betekenis van eigenaar?
eigenaar betekent: iemand die iets in eigendom heeft
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die iets in eigendom heeft
Voorbeelden van "eigenaar" in een zin
- Hij is de eigenaar van zijn eigen huis.
- Bewoners van de Kralingse Kettingstraat mogen de door henzelf bedachte inrichting van de straat realiseren. Ze ondertekenden deze week een zelfbeheercontract waarmee ze ‘eigenaar’ werden van een straatdeel. De bewoners, onder wie initiatiefnemer Ernest van der Kwast, gaan een parkeerterrein omtoveren tot groene speel- en ontmoetingsplek. Er komen nog vijf ‘droomstraten’.Caspar Naber 10 november 2016 NRC
- Met handen en voeten legt hij uit dat de snor de eigenaar van ons hotel in Corleone is die hem hier afzet, zodat Vincenzo na de lunch met ons kan meelopen.
Etymologie
* van "eigenen" , in de betekenis van ‘iemand die iets in eigendom heeft’ aangetroffen vanaf 1508
Vertalingen
Engelsowner
Franspropriétaire
DuitsEigentümer
Spaanspropietario, dueño
Portugeespropietário, dono
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek