eigen

/ˈɛi̯ɣə(n)/

Wat is de betekenis van eigen?

eigen betekent: op zichzelf betrekking hebbend, van jezelf

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. woorden met artikelreferenties, woorden met boekreferenties op zichzelf betrekking hebbend, van jezelf
  2. woorden met artikelreferenties typisch (voor)
werkwoord
  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eigenen
  2. gebiedende wijs van eigenen
  3. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eigenen

Voorbeelden van "eigen" in een zin

  • Eigen huis.
  • Vakantie in eigen land.
  • Experimenteren is eigen aan de leeftijd.
  • Iedere streek heeft iets eigens.
  • Ik eigen.

Etymologie

erfwoord via Middelnederlands eigen / eighin van Oudnederlands ēgan , in de betekenis van ‘van het subject’ aangetroffen vanaf 1100, voltooid deelwoord van het werkwoord *eigan ('bezitten'), van Germaans *aiganan, vergelijk Oudhoogduits eigan, eigen, Angelsaksisch āgen, Engels own; als zelfstandig n

Vertalingen

Engelsown
Franspropre
ndseigen
pappropio
Poolswłasny
Spaanspropio
csvlastní