eigen
Wat is de betekenis van eigen?
eigen betekent: op zichzelf betrekking hebbend, van jezelf
Betekenis
- op zichzelf betrekking hebbend, van jezelf
- typisch (voor)
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eigenen
- gebiedende wijs van eigenen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van eigenen
Voorbeelden van "eigen" in een zin
- Eigen huis.
- Vakantie in eigen land.
- Experimenteren is eigen aan de leeftijd.
- Iedere streek heeft iets eigens.
- Ik eigen.
Betekenis en uitleg van eigen
Het woord 'eigen' verwijst naar iets dat van jou is of dat bij jou hoort. Het geeft een gevoel van persoonlijke betrokkenheid of authenticiteit aan een object, idee of eigenschap.
Je gebruikt 'eigen' vaak om iets te benadrukken dat specifiek aan jou toebehoort, zoals in 'mijn eigen huis' of 'ik heb mijn eigen mening'. Het woord kan ook een gevoel van trots of zelfstandigheid oproepen, bijvoorbeeld als je zegt dat je je eigen keuzes maakt. In situaties waarin je je uniek of authentiek wilt uitdrukken, komt 'eigen' goed van pas.
Voorbeelden
- Ze heeft haar eigen stijl ontwikkeld, die haar onderscheidt van anderen.
- Na jaren van sparen kocht hij eindelijk zijn eigen auto.
- Het is belangrijk om je eigen stem te laten horen in een discussie.
Woordoorsprong
Het woord 'eigen' komt van het Oudnederlands 'eigin', wat 'toebehorend' of 'van iemand' betekent. Het is gerelateerd aan andere Germaanse woorden die een gevoel van bezit uitdrukken.
Veelgestelde vragen over eigen
Wat is de betekenis van eigen?
eigen betekent: op zichzelf betrekking hebbend, van jezelf
Hoeveel betekenissen heeft eigen?
eigen heeft 5 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je eigen in een zin?
Voorbeeld: “Eigen huis.”
Etymologie
erfwoord via Middelnederlands eigen / eighin van Oudnederlands ēgan , in de betekenis van ‘van het subject’ aangetroffen vanaf 1100, voltooid deelwoord van het werkwoord *eigan ('bezitten'), van Germaans *aiganan, vergelijk Oudhoogduits eigan, eigen, Angelsaksisch āgen, Engels own; als zelfstandig n