woorden
boek
Start
›
T
›
tandkas
tandkas
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
holte in het kaakbeen waarin een tand zit
bot waarin de tanden zitten
Synoniemen
alveolaar
tandholte
tandrif
tandrichel
Vertalingen
Engels
pulp cavity, socket of a tooth, alveolus
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← tandjes
tandkassen →