tanga
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hoog uitgesneden slip (onderbroek)
- één honderdste van de roebel van Tadzjikistan, die tot 2000 werd gebruikt
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘zeer klein zwembroekje, slipje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976
Vertalingen
Engelstanga
Fransmaillot à la brésilienne
DuitsTanga
Spaanstanga
Portugeestanga
JapansTバック
Zweedsstringtrosor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek