tapen

/ˈtepə(n)/

Wat is de betekenis van tapen?

tapen betekent: (ov) (sport) ter ondersteuning en bescherming omwikkelen (van lichaamsdelen) met sporttape

Betekenis

werkwoord
  1. ov, sport (ov) (sport) ter ondersteuning en bescherming omwikkelen (van lichaamsdelen) met sporttape
  2. ov (ov) met breed plakband vastmaken of sluiten
  3. ov (ov) vastleggen op film of magneetband

Voorbeelden van "tapen" in een zin

  • Het tapen van handen en armen helpt niet omdat renners de handen stevig rond het stuur moeten klemmen tegen de schokken.
  • We plakken de onderkant dicht. En daarna de zijkanten. En daarna tapen we van binnen naar buiten meerdere lagen kleefband om het zakje, dat er uiteindelijk niet meer als zodanig uitziet.
  • (…) bovendien nam ik talloze vergeten filmprogramma’s op, zoals de onder cinefielen zeer gewaardeerde inleidingen van Alex Cox en Mark Cousins op (cult)films. En daar zijn herinneringen aan verbonden: nachten van laat opblijven om mij toen nog onbekende meesterwerken te tapen. Die banden dan nu bij het grof vuil zetten voelt als een deel van mijzelf uitwissen.

Etymologie

* van "tape"; op te vatten als afgeleid van "tape"