tapijt
onzijdig (het)/taˈpɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (textielindustrie), (wonen) vloerbedekking van textiel die bestaat uit een drager van jute of kunststof waarop een bovenkant, de pool, is aangebracht van losse draadeinden of lussen van materialen zoals wol, kunstgaren, katoen of sisalHet badwater bedekte het tapijt en stroomde onder de deur door de kamer uit.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleed’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Uitdrukkingen
- Onder het tapijt vegen — Een vervelende kwestie proberen te verbergen
- Op het tapijt brengen — Een onderwerp ter discussie brengen
Vertalingen
Engelscarpet
Franstapis
DuitsTeppich
Spaansalfombra, tapiz
Italiaanstappeto
Portugeestapete
Turkshalı
Poolsdywan
Zweedsmatta
Deenstæppe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek