target

/ˈtɑrɡət/

Wat is de betekenis van target?

target betekent: doel, streefwaarde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. doel, streefwaarde
  2. bedrijfskunde (bedrijfskunde) grootte van de nagestreefde omzet van een bedrijf of deel daarvan
  3. economie (economie) waarde die een aandeel op de beurs volgens deskundigen op afzienbare termijn (enkele maanden tot een jaar) zal bereiken
  4. natuurkunde (natuurkunde) materiaal dat in een deeltjesversneller als doelwit dient voor de bundel versnelde deeltjes

Voorbeelden van "target" in een zin

  • Maar na een week in de woestijn en 5.000 dollar lichter, zit je vaak gewoon weer op maandagochtend op kantoor in een vergadering over targets.

Etymologie

*van "target"