taxichauffeuse

vrouwelijk (de)/ˈtɑksiʃoˌføsə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrouwelijke bestuurder van een auto waarmee ze passagiers tegen betaling brengt naar de plaats waar ze heen willen

Etymologie

*vrouwelijke vorm van taxichauffeur , op te vatten als samenstelling van taxi en chauffeuse