woorden
boek
Start
›
T
›
teeltijd
teeltijd
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
de tijd dat dieren vruchtbaar zijn
de tijd dat de boeren zaaien
Synoniemen
bronstijd
dektijd
springtijd
zaaitijd
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← teeltgrond
teeltjaar →