tegelijk
/təɣəˈlɛɪk/
Wat is de betekenis van tegelijk?
tegelijk betekent: op hetzelfde moment
Betekenis
bijwoord
- op hetzelfde moment
- in dezelfde periode
- tevens.
- samen met iemand of iets anders
Voorbeelden van "tegelijk" in een zin
- Zij draaiden zich allebei plotseling om en liepen tegelijk naar de ijskraam terug.
- Volgens mij hebben zij tegelijk gestudeerd.
- Zij is arts en tegelijk schrijfster.
- Maar tegelijk voelt de mens zich ook bezorgd, woedend en angstig.
- Als de timmerman toch komt, kun je tegelijk de rest van de meubels laten repareren.
Etymologie
samenstelling van te en gelijk
Vertalingen
Duitsgleichzeitig, zugleich
Engelsat the same moment, at the same time
Franssimultanément, en même temps
limidouch, tögliekertied
Spaansconcomitantemente, juntamente, simultáneamente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek