tegelijk

/təɣəˈlɛɪk/

Wat is de betekenis van tegelijk?

tegelijk betekent: op hetzelfde moment

Betekenis

bijwoord
  1. woorden met boekreferenties op hetzelfde moment
  2. in dezelfde periode
  3. woorden met boekreferenties tevens.
  4. woorden met boekreferenties samen met iemand of iets anders

Voorbeelden van "tegelijk" in een zin

  • Zij draaiden zich allebei plotseling om en liepen tegelijk naar de ijskraam terug.
  • Volgens mij hebben zij tegelijk gestudeerd.
  • Zij is arts en tegelijk schrijfster.
  • Maar tegelijk voelt de mens zich ook bezorgd, woedend en angstig.
  • Als de timmerman toch komt, kun je tegelijk de rest van de meubels laten repareren.

Etymologie

samenstelling van te en gelijk

Vertalingen

Duitsgleichzeitig, zugleich
Engelsat the same moment, at the same time
Franssimultanément, en même temps
limidouch, tögliekertied
Spaansconcomitantemente, juntamente, simultáneamente