tegenbetoger
mannelijk (de)/ˈteɣə(n)bəˌtoɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die deelneemt aan een protestmars tegen een andere protestmarsOok in Antwerpen en Kessel-Lo (bij Leuven) waren er eerder al incidenten met tegenbetogers bij lezingen van Dewinter.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek