tegendeel

onzijdig (het)/xxxx/

Wat is de betekenis van tegendeel?

tegendeel betekent: het tegenovergestelde

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het tegenovergestelde

Voorbeelden van "tegendeel" in een zin

  • Maren deinst op de trap achteruit als Meermans dichterbij komt - het tegendeel van een romantisch tafereel vol tedere liefde.
  • Dit houdt kort gezegd in dat iemand onschuldig is totdat het tegendeel vaststaat.
  • Ik hoop dat we gaan winnen en zolang het tegendeel niet blijkt, ga ik daar ook van uit.

Betekenis en uitleg van tegendeel

Het woord 'tegendeel' verwijst naar iets dat het tegenovergestelde is van een bepaalde bewering of situatie. Het geeft aan dat er een andere, vaak contrasterende, mogelijkheid of waarheid bestaat.

Je gebruikt 'tegendeel' wanneer je een uitspraken wilt nuanceren of ontkrachten. Het kan ook handig zijn in discussies of argumenten om een ander perspectief te belichten. Vaak wordt het gebruikt om te benadrukken dat de werkelijkheid anders is dan wat eerder is gezegd.

Voorbeelden

  • Hoewel hij dacht dat de film slecht zou zijn, was het tegendeel waar: het was een groot succes.
  • Veel mensen geloven dat het moeilijk is om gezond te eten, maar het tegendeel kan ook waar zijn met de juiste voorbereiding.
  • Ze dacht dat haar presentatie slecht was verlopen, maar het tegendeel bleek waar toen ze complimenten kreeg van haar collega's.

Woordoorsprong

Het woord 'tegendeel' is samengesteld uit 'tegen', wat 'op de tegenovergestelde manier' betekent, en 'deel', dat verwijst naar een aspect of onderdeel van iets.

Veelgestelde vragen over tegendeel

Wat is de betekenis van tegendeel?

tegendeel betekent: het tegenovergestelde

Welk woordgeslacht heeft tegendeel?

tegendeel is een onzijdig (het).

Hoe gebruik je tegendeel in een zin?

Voorbeeld: “Maren deinst op de trap achteruit als Meermans dichterbij komt - het tegendeel van een romantisch tafereel vol tedere liefde.

Etymologie

* In de betekenis van ‘het tegenovergestelde’ voor het eerst aangetroffen in 1620

Vertalingen

Engelscontrary
Franscontraire, opposé
DuitsGegenteil
Spaanslo contrario, lo opuesto