tegenkant

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het omgekeerde; andersom
    Guus was een beurshandelaar en het toppunt van domheid. Als je zijn tegenkant deed, stroomde het geld binnen. Bij "Guus is koper in Olies" schreeuwden we de longen uit ons lijf: "Sold". De Telegraaf SEM VAN BERKEL 29 nov. 2013 [https://www.telegraaf.nl/financieel/1031486/beursverhalen-van-sem Beursverhalen van SEM]
    In het nu verschenen vervolgboek Autoriteit lijkt Verhaeghe zich te richten op de tegenkant van identiteit en authenticiteit. NRC Ger Groot 25 september 2015 [https://www.nrc.nl/nieuws/2015/09/25/moederlijk-gezag-is-ook-problematisch-1537875-a857236 Moederlijk gezag is ook problematisch]
  2. de andere kant van de wereld
    De handel zit bijna dicht. De volumes zijn erg laag, de tegenkanten zijn al gesloten, Duitsland is dicht. Daardoor is er weinig beweging. En na recente rally's vinden beleggers het goed zo, ze sluiten hun posities af, constateert analist Daam-Martijn van Holst van ABN Amro achter zijn schermen. De volumes zijn ongeveer de helft van een normale handelsdag. De Telegraaf THEO BESTEMAN 24 dec. 2014 [https://www.telegraaf.nl/financieel/871537/oci-wint-in-kerstsfeer-damrak OCI wint in kerstsfeer Damrak]