tanken

/ˈtɛŋkə(n)/

Wat is de betekenis van tanken?

tanken betekent: (inerg): het brandstofreservoir vullen

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg): het brandstofreservoir vullen
  2. ov (ov): het reservoir met een bepaalde brandstof vullen
  3. inerg (inerg): veel drinken
  4. ov (ov): veel van een bepaalde drank drinken

Voorbeelden van "tanken" in een zin

  • Er werd eerst nog even getankt en daarna gingen ze op weg.
  • Als je mijn auto neemt, vergeet dan niet dat je diesel moet tanken.

Betekenis en uitleg van tanken

Tanken betekent letterlijk het bijvullen van brandstof in een voertuig, maar het kan ook figuurlijk gebruikt worden. Het is een handeling die we vaak associëren met autorijden en de noodzaak om energie aan te vullen, zowel voor voertuigen als voor mensen.

Je gebruikt het woord 'tanken' meestal in de context van het bijvullen van benzine of diesel in je auto voordat je weer op pad gaat. Het kan ook gebruikt worden om aan te geven dat iemand even op adem moet komen of nieuwe energie moet opdoen, bijvoorbeeld na een drukke werkweek. In gesprekken over duurzaamheid kan 'tanken' ook een bredere betekenis krijgen, vooral als het gaat om alternatieve brandstoffen.

Voorbeelden

  • Voordat we op vakantie gingen, moesten we eerst tanken bij het benzinestation.
  • Na een lange week werken, ga ik van het weekend even tanken met een goed boek en een kop thee.
  • Steeds meer mensen kiezen ervoor om elektrisch te rijden, waardoor ze nu hun auto thuis kunnen tanken via een laadpaal.

Woordoorsprong

Het woord 'tanken' komt van het Engelse 'to tank', wat letterlijk betekent om een tank te vullen. Het is afgeleid van de tank die brandstof opslaat in voertuigen.

Veelgestelde vragen over tanken

Wat is de betekenis van tanken?

tanken betekent: (inerg): het brandstofreservoir vullen

Hoeveel betekenissen heeft tanken?

tanken heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je tanken in een zin?

Voorbeeld: “Er werd eerst nog even getankt en daarna gingen ze op weg.