tanken
/ˈtɛŋkə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg): het brandstofreservoir vullenEr werd eerst nog even getankt en daarna gingen ze op weg.
- (ov): het reservoir met een bepaalde brandstof vullenAls je mijn auto neemt, vergeet dan niet dat je diesel moet tanken.
- (inerg): veel drinken
- (ov): veel van een bepaalde drank drinken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek