taalgrens

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Wat is de betekenis van taalgrens?

taalgrens betekent: grens van een taalgebied

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. grens van een taalgebied

Voorbeelden van "taalgrens" in een zin

  • Tijdens een haastig opgezette strafrechtzaak concludeerde de jury kort na de oorlog dat mijn grootvader als burgemeester van een klein dorp op de taalgrens met de vijand had geheuld. Maar men zag gemakshalve over het hoofd dat hij op die manier honderden Joden naar Spanje en later naar de Verenigde Staten had helpen vluchten. {{Aut|Groeningen, Seppe van
  • Maar hoe zit het in Wallonië? Bezuiden de in 1963 vastgelegde taalgrens is men fier op zijn bossen, rivieren en la cuisine du terroir, de streekkeuken. Ernstig wordt er gesproken over het Marshallplan voor Wallonië, dat het gewest moet helpen aan la relance, de economische heropleving.

Vertalingen

Engelslanguage border
Fransfrontière linguistique
DuitsSprachgrenze
Spaansfrontera lingüística