tegenover

/ˌteɣə(n)ˈovər/

Betekenis

voorzetsel
  1. aan de overzijde van
    Tegenover de supermarkt staat een bankgebouw.
    Dit alles zou ik geneigd zijn positief te beoordelen. Daar staat echter tegenover dat deze vaas met plastic bloemen reden geeft tot zorgen met betrekking tot de affiniteit die de nieuwe eigenaar heeft met onze tradities. Maar ik wil u niet met mijn bekommeringen vervelen. We zijn er. Dit is kamer 17, de suite die ik voor u op orde heb laten brengen.
  2. in de relatie met
    Ik voelde me een beetje opgelaten tegenover de medewerkers van het postkantoor.
    Ik schaamde me niet ten opzichte van Lauren en al helemaal niet tegenover Casper.

Etymologie

*, als voorzetsel aangetroffen vanaf 1613

Vertalingen

Engelsopposite
Fransen face de