tegenover
Wat is de betekenis van tegenover?
tegenover betekent: aan de overzijde van
Betekenis
- aan de overzijde van
- in de relatie met
Voorbeelden van "tegenover" in een zin
- Tegenover de supermarkt staat een bankgebouw.
- Dit alles zou ik geneigd zijn positief te beoordelen. Daar staat echter tegenover dat deze vaas met plastic bloemen reden geeft tot zorgen met betrekking tot de affiniteit die de nieuwe eigenaar heeft met onze tradities. Maar ik wil u niet met mijn bekommeringen vervelen. We zijn er. Dit is kamer 17, de suite die ik voor u op orde heb laten brengen.
- Ik voelde me een beetje opgelaten tegenover de medewerkers van het postkantoor.
- Ik schaamde me niet ten opzichte van Lauren en al helemaal niet tegenover Casper.
Betekenis en uitleg van tegenover
Het woord 'tegenover' verwijst naar een positie of plaats die zich recht tegenover iets anders bevindt. Het kan zowel letterlijk, zoals in de zin van fysieke afstand, als figuurlijk, bijvoorbeeld in meningen of relaties, gebruikt worden.
Je gebruikt 'tegenover' vaak om aan te geven dat iets zich in een rechtstreekse lijn tegenover iets anders bevindt. Dit kan gaan om gebouwen, personen of zelfs ideeën. Het woord kan ook nuance geven aan een tegenstelling, zoals in meningen of standpunten, waardoor het een belangrijke rol speelt in discussies.
Voorbeelden
- De bank zit tegenover het gemeentehuis, waardoor het makkelijk te vinden is.
- Hij stond tegenover haar in de discussie, maar ze konden uiteindelijk tot een compromis komen.
- De nieuwe winkel ligt tegenover de oude, wat zorgt voor een interessante concurrentiestrijd.
Woordoorsprong
Het woord 'tegenover' is samengesteld uit 'tegen' en 'over', wat samen de betekenis van 'aan de andere zijde van' impliceert.
Veelgestelde vragen over tegenover
Wat is de betekenis van tegenover?
tegenover betekent: aan de overzijde van
Hoeveel betekenissen heeft tegenover?
tegenover heeft 2 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je tegenover in een zin?
Voorbeeld: “Tegenover de supermarkt staat een bankgebouw.”
Etymologie
*, als voorzetsel aangetroffen vanaf 1613