tegenspeler

mannelijk (de)/ˈteɣə(n)ˌspelər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een speler van de tegenpartij
  2. iemand die met een ander samenspeelt

Etymologie

* van tegenspelen

Vertalingen

Engelsopposite number, opponent, partner
Fransadversaire, partenaire
DuitsGegenspieler, Gegenspieler
Spaansadversario, antagonista