telg
mannelijk/vrouwelijk (de)/tɛlx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- lid van een familie, afstammeling van een bepaalde voorouderAls laatste telg van een luisterrijke familie overleefde hij tijdens de repressie van '44 de naoorlogse concentratiekampen, die de overheid sindsdien doodzwijgt omdat alle vermeende zwarten of incivieken er met duizenden in werden samengedreven en hij er getuige van was hoe vrouwen er werden kaalgeschoren en systematisch werden verkracht. {{Aut|Groeningen, Seppe vanRothschild, telg van de beroemde bankiersfamilie, was een vreemde en teruggetrokken man. Hij woonde zijn hele leven, van 1868 tot 1937, in de kindervleugel van zijn ouderlijk huis in Tring, in Buckinghamshire, waar hij de meubels uit zijn kinderjaren gebruikte, zelfs in zijn kinderbed sliep, hoewel hij op een gegeven moment 135 kilo woog. {{Aut|Bryson, BillRechtenstudent Rory is een telg uit een rijke Britse familie die ook in het adresboekje van het Britse koningshuis staat. Van de tiener is volgens de Britse tabloid Daily Mail weinig meer bekend dan dat hij in zijn jeugd dure privscholen bezocht en dat hij graag rugby speelt.Tubantia Suzanne Borgdorff 24-NOVEMBER-2017
Etymologie
* uit het Middelnederlands
Vertalingen
Engelsdescendant, scion, offspring
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek