tellen

/xxxx/

Wat is de betekenis van tellen?

tellen betekent: (ov) aantal bepalen

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) aantal bepalen
  2. inerg (inerg) getallen oplopend opnoemen
  3. inerg (inerg) van belang zijn

Voorbeelden van "tellen" in een zin

  • Ik tel hoeveel geld ik nog heb.
  • Ik tel vijf koeien in de wei.
  • Ik had in een totaal andere wereld geleefd, maar was ik dan ook echt veranderd? Fysiek wel, aangezien ik bijna 9 kilo lichaamsgewicht kwijt was geraakt en mijn ribben te tellen waren.
  • Ik tel langzaam tot 10.
  • Het maatschappelijk belang telt niet meer.

Betekenis en uitleg van tellen

Tellen is het proces waarbij je objecten, getallen of items in een bepaalde volgorde opsomt om de totale hoeveelheid vast te stellen. Het is een essentiële vaardigheid die we al op jonge leeftijd leren en die ons helpt om de wereld om ons heen te begrijpen.

Je gebruikt het woord 'tellen' vaak in situaties waarin je een aantal wilt vaststellen, zoals het tellen van geld, mensen of taken. Het heeft een praktische toepassing, bijvoorbeeld in het onderwijs, bij het organiseren van evenementen of in de supermarkt. Daarnaast kan 'tellen' ook een bredere betekenis hebben, zoals het benadrukken van het belang van iets, zoals in de uitdrukking 'elk moment telt'.

Voorbeelden

  • Bij het tellen van de stemmen na de verkiezingen was het belangrijk om zorgvuldig te werk te gaan.
  • Ze zaten in de tuin en telden de sterren die ze konden zien, terwijl ze dachten aan hun dromen.
  • In de klas leerde de juf de leerlingen hoe ze tot tien konden tellen met behulp van vingers.

Woordoorsprong

Het woord 'tellen' stamt af van het Oudnederlands 'tellen', wat 'op tel' of 'optellen' betekent. Het is verwant aan woorden in andere Germaanse talen die een vergelijkbare betekenis hebben.

Veelgestelde vragen over tellen

Wat is de betekenis van tellen?

tellen betekent: (ov) aantal bepalen

Hoeveel betekenissen heeft tellen?

tellen heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Hoe gebruik je tellen in een zin?

Voorbeeld: “Ik tel hoeveel geld ik nog heb.

Etymologie

* In de betekenis van ‘rekenen, optellen’ voor het eerst aangetroffen in 901

Uitdrukkingen

  • zijn zegeningen tellenkijken welke dingen er juist wel goed zijn gegaan
  • zijn ribben waren te tellenhij was zo mager dat er geen vet meer op zijn borstkas aanwezig was
  • Je knopen tellen
  • Niet in tel zijnniet belangrijk genoeg zijn of genegeerd worden door anderen

Vertalingen

Engelscount
Franscompter
Duitszählen
Spaanscontar, computar
Italiaanscontare
Russischсчитать, посчитать
Japans数える, かぞえる, kazoeru
Poolsliczyć