telmachine

vrouwelijk (de)/ˈtɛlmaʃinə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een machine waarmee men een speciaal soort voorwerp kan tellen, machine die kan optellen en aftrekken
    De uitnodigende telmachine voor bankbiljetten die hij op zijn designbureau heeft staan, doet vermoeden dat sommige andere klanten niet met lege handen komen. Maar bewijzen daarvan zien we niet. Integendeel. In de chique gangen waar we doorheen moeten en de kleine kamertjes waarin vergaderd wordt, hangt veelal doodse stilte. Alsof we niet in een bank zijn terechtgekomen, maar in een mortuarium.
    Om zijn radiometrische datering van gesteenten te kunnen voortzetten moest hij zijn uitrusting vaak lenen of in elkaar flansen. Op een gegeven moment werden zijn metingen feitelijk vertraagd omdat hij moest wachten tot de universiteit hem een eenvoudige telmachine zou geven.
    Kamphuis ontving vorig jaar een vals biljet in Eibergen en vier, vijf jaar geleden één in Denekamp. "Maar vier op één dag, dat heb ik nog niet eerder meegemaakt", zegt de ondernemer. "Vanmorgen ben ik naar de bank gegaan. De telmachine gooide ze er zo uit."De Nederlandse {{sic!|Nederlandsche

Vertalingen

Engelscalculator, calculating machine