tempelier
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) ridder van een voormalige geestelijke orde, in 1118 te Jeruzalem gesticht door Hugo de Payens en opgeheven in 1312 die ten tijde van de kruistochten als klein onderdeel van de kruisvaarderslegers een Heilige Oorlog tegen de moslims voerde in het Heilige Land
Etymologie
*afgeleid van tempel
Uitdrukkingen
- Drinken ( of zuipen) als een Tempelier — overmatig drinken
Vertalingen
Franstemplier
Spaanscaballero templario, templario
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek