tempo
onzijdig (het)/'tɛmpo/
Wat is de betekenis van tempo?
tempo betekent: de snelheid waarmee een muziekstuk wordt gespeeld
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de snelheid waarmee een muziekstuk wordt gespeeld
- de snelheid waarmee dingen elkaar opvolgen
- de snelheid waarmee men iets doet
Voorbeelden van "tempo" in een zin
- Het tempo van dit pianostuk ligt behoorlijk laag.
- De grappen vliegen in hoog tempo over tafel, en ook al heb ik eigenlijk geen zin om te luisteren, toch schiet ik af en toe spontaan in de lach.
- Het tempo van de les lag een pak hoger dan in de lagere school.
- Ik ben blij met het tempo van de groep, iedereen heeft energie.
- Het was in dat opzicht opvallend fijn om alleen te zijn en geheel in mijn eigen tempo de dag door te gaan.
Etymologie
*uit het tempo "snelheid waarmee een muziekstuk wordt gespeeld"
Vertalingen
Engelsspeed
Franscadence
Spaanstempo, velocidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek