ten huize van
/tɛnˈhœyzəˌvɑn/
Betekenis
voorzetsel
- (formeel) thuis bij, in de woning toebehorend aanTen huize van een vriendin werd ik de salon binnengeleid door haar vierjarige kleinzoon: „Ga zitten.”
Etymologie
*(coll) Categorie:Datief in het Nederlands
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek