tenorsax

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een laag gestemde saxofoon
    Tjerkje Dijkstra-Van der Veen (sopraansax), Karien van Eekelen (altsax), Erica de Goeij (tenorsax) en Alice Kuil (baritonsax) worden begeleid door Bennie Waanders. Het repertoire van Four Ladies Only loopt uiteen van klassiek tot lichte muziek. Bezoekers wordt aangeraden een klapstoeltje mee te nemen. Bij slecht weer wordt het concert afgeblazen. Tubantia 11-06-08 [https://www.tubantia.nl/enschede/saxofonisten-in-concert-op-de-espoort~a2a5719a/ Saxofonisten in concert op De Espoort]
    Ook hij bediende zich van repeterende figuren, bijna stilgelegde ambient en over elkaar heen schuivende en zwevende lagen, maar met zin voor avontuur en werkelijk verrassende samenklanken. Zoals de combinatie van cello en tenorsax, en zijn eigen elektronica. Tubantia Frank van Herk, Koen Schouten 12-07-08 [https://www.tubantia.nl/show/north-sea-opent-met-groot-en-veel~a5ddc472/ North Sea opent met groot en veel]

Etymologie

* ; verkorting van tenorsaxofoon