tenorsaxofoon

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) een houtblaasinstrument met een enkelriet
    De tenorsaxofoon is op het mondstuk na, geheel van messing gemaakt.

Vertalingen

Engelstenor saxophone
Franssaxophone ténor
DuitsTenorsaxophon