tenor

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoge mannenstem, tenorstem
  2. muziek, beroep (muziek) (beroep) een zanger met een hoge mannenstem
    De tenor was goed te horen, maar overheerste niet.
  3. muziek (muziek) de meest langzaam gezongen melodiestem die de basis vormt voor een meerstemmige middeleeuwse compositie
  4. de lagere (maar niet de laagste) variant van een aantal muziekinstrumenten, zoals tenorsaxofoon etc.

Etymologie

* Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘hoogste mannenstem’ voor het eerst aangetroffen in 1591

Vertalingen

Engelstenor
Fransténor
DuitsTenor
Spaanstenor
Italiaanstenore