ter
/tɛr/
Betekenis
voorzetsel
- samentrekking van te + der (enkelvoud datief vrouwelijk), komt voor in staande uitdrukkingen en is met name met naamwoorden van handeling op -ing nog productief.
Uitdrukkingen
- Ter leering ende vermaeck
- Ter elfder ure — op het laatste ogenblik
- Ter ziele gaan — gestorven zijn of sterven, ook (figuurlijk)
- ter harte nemen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek