Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

teringlijer

mannelijk (de)/ˈterɪŋˌlɛijər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) vervelend, akelig persoon
    Dit meisje, Roseyn B. heet ze, zou op Koninginnedag 2007 een agent in zijn gezicht geslagen en gestompt hebben, én hem hebben uitgemaakt voor vieze homo en teringlijer.
    An 'n avond wachtte een troep van de ergste teringlijers hem af, om de hoek van de fabriek en ze ranselden d'r op en sloegen zijn linkerbeen kreupel.
  2. kreeftachtigen (kreeftachtigen) wandelend geraamte, soort vlokreeftje dat aan de zeekust leeft
    Tijdens een duikje bij de Zeelandbrug zag ik duizenden van deze hele kleine vlokreeftjes ook wel "spookkreeftjes" en "teringlijers" genoemd.

Etymologie

**[1] op te vatten als (intensiverende)