tandhals

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van de tand tussen de kroon en de wortel in
    Een man met ultrahippe bril heeft de tandhalzen rood van de paan, een verslavend mengsel met betelnoot. Die wordt na het kauwen als een ferme klodder uitgespuugd. De voeten van de marmeren pilaren in de stad kleuren er rood door. De Telegraaf MARIE-THÉRÈSE ROOSENDAAL 02 apr. 2013 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1121250/india-altijd-onderweg India: Altijd onderweg]
    De tube gel is een stuk gereedschap dat erbij komt; de boor en de spuit met verdovingsmiddel blijven nodig. Bij volwassenen gebruikt Faber de Carisolv vooral bij gaatjes in de tandhalzen. Als het tandvlees krimpt en een deel van de tandhals komt bloot te liggen, kunnen daar gaatjes ontstaan waar de tandarts met de gel makkelijk bij kan. de Volkskrant Ineke Jungschleger31 maart 2001 [https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/boor-maakt-plaats-voor-gel~b51df312/ Boor maakt plaats voor gel]

Vertalingen

Engelsneck of tooth