termiet

mannelijk (de)/tɛrˈmit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) benaming voor insecten uit de orde , die in de tropen leven in grote groepen
    Ik zag de ratten niet die in het donker rondrenden, noch hoorde ik het geknars van termieten die zich te goed deden aan dakspanten en schoren. Ik voelde de klimop niet die aan de stenen trok en de torens in zand veranderde.

Etymologie

*van "termite", in de betekenis van ‘insect’ voor het eerst aangetroffen in 1854

Vertalingen

Engelstermite
Franstermite
DuitsTermite
Spaanstermita
Italiaanstermite
Portugeestérmita