terrasdeur

mannelijk/vrouwelijk (de)/tɛˈrɑzdør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de deur die een terras vanuit de woning bereikbaar maakt
    In de laatste weken van haar moeders leven schoof Jojo het ziekenhuisbed dwars voor de terrasdeur, zodat haar moeder als ze haar hoofd iets draaide naar buiten kon kijken en tot op het laatst de vogels kon zien.