teruggaan

/təˈrʏχaːn/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) naar het punt van vertrek gaan
    Morgen ga je toch terug naar Nederland?
    Ik bleef maar naar het all-you-can-eatbuffet teruggaan voor meer eten.

Vertalingen

Engelsgo back, return
Fransretourner
Duitszurückgehen, zurückkehren