teruggaan
/təˈrʏχaːn/
Betekenis
werkwoord
- (erga) naar het punt van vertrek gaanMorgen ga je toch terug naar Nederland?Ik bleef maar naar het all-you-can-eatbuffet teruggaan voor meer eten.
Vertalingen
Engelsgo back, return
Fransretourner
Duitszurückgehen, zurückkehren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek